ARTIKEL · MICROBIËLE BIOSTIMULANTEN

Microbiële biostimulanten: geselecteerde micro-organismen gericht inzetten

7 min leestijd

Hand houdt een jonge plant met doorwortelde wortelkluit boven de pot in een kas

Een handvol grond, een substraatmat, een jonge plant en zelfs irrigatiewater bevatten micro-organismen. Toch betekent hun aanwezigheid niet automatisch dat micro-organismen met de gewenste eigenschappen op het juiste moment en op de juiste plaats aanwezig zijn.

Daar ligt de waarde van een gericht samengesteld microbieel product. In plaats van de microbiologie rond de wortel volledig aan het toeval over te laten, worden geselecteerde stammen bewust aan het teeltsysteem toegevoegd. Niet als wondermiddel, maar als technisch onderdeel van het teeltprogramma.

Om zulke producten goed te gebruiken, is het belangrijk te begrijpen wat microbiële biostimulanten zijn, waarom stammen en formuleringen van elkaar verschillen en welke omstandigheden bepalen of micro-organismen hun rol in de wortelzone kunnen vervullen.

Aanwezige microbiologie is nog geen gerichte microbiële strategie

Rond iedere wortel ontstaat een dynamische gemeenschap van bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. De plant beïnvloedt die omgeving via wortelafscheidingen. Tegelijk sturen water, zuurstof, pH, temperatuur, voeding en het gebruikte teeltmedium welke organismen zich kunnen handhaven.

Ook in een nieuw substraat begint de teelt niet noodzakelijk microbiologisch op nul. Micro-organismen kunnen meekomen met de jonge plant, de opkweekplug, het irrigatiewater, het substraat, opslag en werkzaamheden in de kas of op het bedrijf.

Maar ‘er zitten micro-organismen in’ is niet hetzelfde als ‘de gewenste micro-organismen zijn aanwezig’. De samenstelling die spontaan ontstaat, is niet geselecteerd op een beoogde functie binnen uw gewas of teeltsysteem. Bovendien kunnen aantallen en activiteit sterk wisselen.

Met een doelgericht microbieel product kiest u voor geïdentificeerde stammen die bewust zijn geselecteerd en in een gecontroleerde formulering worden aangeboden. Daarmee krijgt microbiologie een vaste plaats in het teeltprogramma, naast voeding, watermanagement en wortelzonesturing.

Wat is een microbiële biostimulant?

Binnen de Europese regelgeving (opent in nieuw tabblad) is een plantenbiostimulant een product dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert, onafhankelijk van de hoeveelheid nutriënten die het product zelf levert. De beoogde effecten hebben betrekking op nutriëntenefficiëntie, tolerantie voor abiotische stress, kwaliteitskenmerken of de beschikbaarheid van vastgelegde nutriënten in bodem of rhizosfeer.

Een microbiële biostimulant gebruikt micro-organismen om zulke processen te ondersteunen. In de praktijk worden daarnaast ook bredere termen gebruikt, zoals microbieel product, microbiële oplossing of inoculant. Welke officiële productcategorie en welke claims van toepassing zijn, hangt af van de samenstelling, registratie en markt.

Dat onderscheid is belangrijk. Een microbieel product is niet automatisch:

  • een meststof die een tekort aan voedingsstoffen direct aanvult;
  • een gewasbeschermingsmiddel tegen ziekten of plagen;
  • een vervanging voor een goed voedings- en irrigatieprogramma;
  • een universele oplossing die in ieder gewas en ieder systeem hetzelfde resultaat geeft.

Het product voegt geselecteerde levende micro-organismen toe. Wat die micro-organismen vervolgens kunnen doen, wordt mede bepaald door hun eigenschappen én door de omgeving waarin zij terechtkomen.

Niet alleen de soort, maar vooral de stam telt

Op etiketten en in vakartikelen worden vaak namen als Bacillus, Azospirillum, Rhizobium of mycorrhizaschimmels genoemd. Zo’n soort- of geslachtsnaam vertelt echter niet het volledige verhaal. BIOMICROBES 08 is onze microbiële oplossing op basis van zorgvuldig geselecteerde Bacillus-stammen.

Binnen dezelfde soort kunnen stammen onderling verschillen in eigenschappen, activiteit en geschiktheid voor een toepassing. Daarom mag kennis over één onderzochte stam niet zonder meer worden gebruikt als bewijs voor ieder product waarin een verwante bacterie voorkomt.

Voor een professioneel microbieel product zijn onder meer belangrijk:

  1. Identiteit: welke stammen bevat het product precies?
  2. Selectie: op basis van welke eigenschappen zijn deze stammen gekozen?
  3. Levensvatbaarheid: zijn bij toepassing voldoende levende micro-organismen aanwezig?
  4. Formulering: blijven de stammen stabiel tijdens productie, opslag en gebruik?
  5. Toepassing: bereiken zij via de gekozen methode daadwerkelijk de gewenste zone?
  6. Compatibiliteit: passen zij bij waterbehandeling, meststoffen en andere middelen in het programma?

Een lange lijst met verschillende soorten is daarom niet automatisch beter dan een kleiner, gericht samengesteld product. De kwaliteit van selectie, formulering en toepassing is minstens zo belangrijk als het aantal namen op het etiket.

Gehandschoende handen markeren kolonies op een membraanfilter in een petrischaal

Wat kunnen geselecteerde micro-organismen in de wortelzone betekenen?

Micro-organismen kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij processen rond de wortel. Sommige stammen produceren verbindingen die invloed hebben op de interactie met de plant. Andere kunnen betrokken zijn bij de beschikbaarheid of omzetting van bepaalde nutriënten. Weer andere stammen worden onderzocht vanwege hun rol onder abiotische stressomstandigheden (opent in nieuw tabblad).

Daaruit volgen echter geen automatische productresultaten. Een eigenschap die onder gecontroleerde onderzoeksomstandigheden is aangetoond, moet voor een commercieel product nog steeds passen bij:

  • de gebruikte stam;
  • de formulering en concentratie;
  • het gewas en de groeifase;
  • bodem, substraat of waterteeltsysteem;
  • pH, temperatuur, vocht en zuurstof;
  • voeding en waterkwaliteit;
  • timing en toepassingswijze.

Onderzoek met zogenoemde bio-effectors (opent in nieuw tabblad) laat zien waarom deze context ertoe doet. Gemiddelde effecten kunnen positief zijn, terwijl resultaten tussen gewassen, locaties, bodems en omstandigheden uiteenlopen.

Dat maakt microbiële producten niet minder waardevol. Het betekent dat een gerichte productkeuze en technische toepassing noodzakelijk zijn.

Geen tegenstelling tussen microbiologie en goede teelttechniek

Een microbieel product werkt niet buiten de rest van het teeltsysteem om. Wortels en micro-organismen reageren op dezelfde omgeving. Een te natte, zuurstofarme of instabiele wortelzone blijft een ongunstige uitgangssituatie, ook wanneer micro-organismen worden toegevoegd.

Andersom maken goede teeltomstandigheden een microbiële toepassing niet overbodig. Ze creëren juist een betere uitgangspositie voor geselecteerde stammen. Denk aan:

  • een gelijkmatige watergift;
  • voldoende zuurstof in de wortelzone;
  • een passende pH en EC;
  • een voedingsprogramma dat aansluit op het gewas en de groeifase;
  • zorgvuldig gebruik van ontsmettings- en oxidatiemiddelen;
  • een toepassingsmoment waarop de micro-organismen de wortelomgeving kunnen bereiken.

De juiste benadering is daarom niet kiezen tussen teelttechniek óf microbiologie. De kracht zit in de combinatie.

Grond, substraat en waterteelt vragen om een andere aanpak

Professionele land- en tuinbouw bestaat uit uiteenlopende teeltsystemen. Een toepassing in vollegrond gedraagt zich anders dan een toepassing in kokos, veen, steenwol of een recirculerend waterteeltsysteem.

Luchtfoto van een waterbassin, een maïsveld en een glastuinbouwkas naast elkaar

Vollegrond

In grond is al een omvangrijke en diverse microbiële gemeenschap aanwezig. Bodemtype, organische stof, voorvrucht, bemesting, vocht en temperatuur beïnvloeden de uitgangssituatie. Een toegevoegd micro-organisme komt dus terecht in een complex ecosysteem. Meer over teelt in de vollegrond.

Dat betekent niet dat een gerichte toepassing geen waarde heeft. Het betekent wel dat productkeuze, timing en toepassing moeten passen bij de omstandigheden in die bodem en bij het geteelde gewas.

Kas en substraat

In substraatteelten is de wortelzone kleiner en sterker gestuurd. Watergift, drain, pH, EC en zuurstof kunnen snel veranderen. Dat biedt mogelijkheden voor een gerichte toepassing, maar vraagt ook om goede kennis van het irrigatiesysteem en de gebruikte behandelingen. Lees meer over kas en substraat.

Doordat de teler veel omstandigheden in de wortelzone kan beïnvloeden, kan microbiële ondersteuning hier bewust in het totale teeltprogramma worden opgenomen.

Waterteelt

In waterteelt en andere recirculerende systemen kunnen micro-organismen zich door het systeem verspreiden. Watermicrobiologie, waterbehandeling, temperatuur, zuurstof en verblijftijd zijn daarom belangrijk. Een product moet passen bij zowel het gewas als de technische waterlijn.

Een microbieel product dat niet past bij een gebruikte ontsmettingsmethode of op een verkeerd moment wordt toegepast, krijgt mogelijk niet de omstandigheden die nodig zijn om de wortelzone levend te bereiken.

Er bestaat dus geen algemeen toepassingsschema dat voor vollegrond, substraat en waterteelt hetzelfde is.

Zo maakt u van een microbieel product een professioneel programma

Teler bekijkt het wortelgestel van een sojaplant in het veld

1. Begin met een duidelijk doel

Bepaal waarom u microbiologie wilt toevoegen en welk deel van de teelt u wilt ondersteunen. Een helder doel maakt een gerichte productkeuze mogelijk en voorkomt dat verschillende toepassingen zonder samenhang worden gestapeld.

2. Kies op stam en productspecificatie

Kijk verder dan algemene soortnamen. Controleer welke stammen het product bevat en welke productinformatie beschikbaar is. Let ook op houdbaarheid, bewaarcondities, toegestane claims en toepassingsmogelijkheden voor uw markt.

Een product met veel verschillende namen op het etiket is niet automatisch beter. De keuze moet draaien om de geschiktheid van de geselecteerde stammen voor het doel en het teeltsysteem.

3. Breng de waterlijn en tankmengpartners in kaart

Ontsmettingsmiddelen, oxiderende behandelingen en andere producten kunnen de levensvatbaarheid van micro-organismen beïnvloeden. Controleer daarom de volledige route tussen mengtank, leiding en wortelzone.

Kijk niet alleen naar de stoffen die op hetzelfde moment worden meegegeven, maar ook naar behandelingen die eerder of later in het irrigatiesysteem worden gebruikt.

4. Pas toe volgens actueel productspecifiek advies

Dosering en frequentie horen bij het product, de registratie, het gewas en het systeem. Neem daarom geen algemeen schema uit een artikel over.

Gebruik het actuele etiket en de productspecifieke handleiding. Stem de toepassing bij twijfel af met een technisch adviseur die het gewas, het teeltmedium en het irrigatiesysteem begrijpt.

5. Volg de ontwikkeling in de praktijk

Leg toepassingsmomenten en teeltomstandigheden vast. Beoordeel niet alleen één witte wortel of één meetmoment, maar kijk naar de ontwikkeling over een langere periode.

Gebruik waar mogelijk een vergelijking en combineer visuele waarnemingen met relevante teeltgegevens. Denk bijvoorbeeld aan wortelontwikkeling, uniformiteit van het gewas, watergift, drain, EC, pH en temperatuur in de wortelzone.

Zo ontstaat een beter beeld van de plaats die het microbiële product binnen het volledige teeltprogramma inneemt.

Waarom combineren niet automatisch beter is

Soms wordt geadviseerd om verschillende typen micro-organismen te combineren voor het beste resultaat. Dat is te algemeen. Meer stammen of producten betekenen niet vanzelf een betere werking.

Micro-organismen kunnen elkaar aanvullen, maar ook met elkaar concurreren. Daarnaast kunnen formuleringen, dragers en toepassingsmomenten verschillen. Een combinatie die logisch klinkt, hoeft in de praktijk dus niet automatisch beter te functioneren.

Combineer producten alleen wanneer de compatibiliteit en het gezamenlijke gebruik voldoende zijn onderbouwd.

Een gericht programma met geselecteerde stammen is professioneler dan zoveel mogelijk microbiële producten zonder duidelijke reden samenvoegen.

VAN PRODUCT NAAR PROGRAMMA

De rol van BIOMICROBES

BIOMICROBES ontwikkelt microbiële oplossingen voor professionele land- en tuinbouw. Daarbij kijken we niet alleen naar het micro-organisme in de verpakking, maar naar de volledige omgeving waarin het moet worden toegepast.

Gewas, wortelzone, substraat, irrigatiewater, bemesting en waterbehandeling bepalen samen welke aanpak praktisch uitvoerbaar is. Daarom combineren we geselecteerde micro-organismen met technisch advies over positionering en toepassing.

De vraag is niet óf er al micro-organismen in een teeltsysteem aanwezig zijn. Die zijn er vrijwel altijd. De relevante vraag is of u de ontwikkeling volledig aan toevallige aanwezigheid overlaat, of bewust geselecteerde stammen inzet als onderdeel van uw teeltstrategie.

Wilt u weten welke microbiële oplossing past bij uw gewas, wortelzone en irrigatiesysteem? Bespreek uw teelt met BIOMICROBES.

Bronnen en verdieping

  1. Europese Unie (2019). Regulation (EU) 2019/1009 on EU fertilising products, met name PFC 6 over plantenbiostimulanten.
    EUR-Lex: Verordening (EU) 2019/1009 (opent in nieuw tabblad)
  2. Rouphael, Y. & Colla, G. (2020). Biostimulants in Agriculture. Frontiers in Plant Science.
    https://doi.org/10.3389/fpls.2020.00040 (opent in nieuw tabblad)
  3. Hamid, B. et al. (2023). Physiological and molecular insight of microbial biostimulants for sustainable agriculture. Frontiers in Plant Science.
    https://doi.org/10.3389/fpls.2023.1041413 (opent in nieuw tabblad)
  4. Thonar, C. et al. (2024). Effectiveness of bio-effectors on maize, wheat and tomato performance and phosphorus acquisition from greenhouse to field scales in Europe and Israel: a meta-analysis. Frontiers in Plant Science.
    https://doi.org/10.3389/fpls.2024.1333249 (opent in nieuw tabblad)
  5. Aleklett, K., Rosa, D., Pickles, B.J. & Hart, M.M. (2022). Community Assembly and Stability in the Root Microbiota During Early Plant Development. Frontiers in Microbiology.
    https://doi.org/10.3389/fmicb.2022.826521 (opent in nieuw tabblad)