Een handvol grond, een substraatmat, een jonge plant en zelfs irrigatiewater bevatten micro-organismen. Toch betekent hun aanwezigheid niet automatisch dat micro-organismen met de gewenste eigenschappen op het juiste moment en op de juiste plaats aanwezig zijn.
Daar ligt de waarde van een gericht samengesteld microbieel product. In plaats van de microbiologie rond de wortel volledig aan het toeval over te laten, worden geselecteerde stammen bewust aan het teeltsysteem toegevoegd. Niet als wondermiddel, maar als technisch onderdeel van het teeltprogramma.
Om zulke producten goed te gebruiken, is het belangrijk te begrijpen wat microbiële biostimulanten zijn, waarom stammen en formuleringen van elkaar verschillen en welke omstandigheden bepalen of micro-organismen hun rol in de wortelzone kunnen vervullen.
Aanwezige microbiologie is nog geen gerichte microbiële strategie
Rond iedere wortel ontstaat een dynamische gemeenschap van bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. De plant beïnvloedt die omgeving via wortelafscheidingen. Tegelijk sturen water, zuurstof, pH, temperatuur, voeding en het gebruikte teeltmedium welke organismen zich kunnen handhaven.
Ook in een nieuw substraat begint de teelt niet noodzakelijk microbiologisch op nul. Micro-organismen kunnen meekomen met de jonge plant, de opkweekplug, het irrigatiewater, het substraat, opslag en werkzaamheden in de kas of op het bedrijf.
Maar ‘er zitten micro-organismen in’ is niet hetzelfde als ‘de gewenste micro-organismen zijn aanwezig’. De samenstelling die spontaan ontstaat, is niet geselecteerd op een beoogde functie binnen uw gewas of teeltsysteem. Bovendien kunnen aantallen en activiteit sterk wisselen.
Met een doelgericht microbieel product kiest u voor geïdentificeerde stammen die bewust zijn geselecteerd en in een gecontroleerde formulering worden aangeboden. Daarmee krijgt microbiologie een vaste plaats in het teeltprogramma, naast voeding, watermanagement en wortelzonesturing.
Wat is een microbiële biostimulant?
Binnen de Europese regelgeving (opent in nieuw tabblad) is een plantenbiostimulant een product dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert, onafhankelijk van de hoeveelheid nutriënten die het product zelf levert. De beoogde effecten hebben betrekking op nutriëntenefficiëntie, tolerantie voor abiotische stress, kwaliteitskenmerken of de beschikbaarheid van vastgelegde nutriënten in bodem of rhizosfeer.
Een microbiële biostimulant gebruikt micro-organismen om zulke processen te ondersteunen. In de praktijk worden daarnaast ook bredere termen gebruikt, zoals microbieel product, microbiële oplossing of inoculant. Welke officiële productcategorie en welke claims van toepassing zijn, hangt af van de samenstelling, registratie en markt.
Dat onderscheid is belangrijk. Een microbieel product is niet automatisch:
- een meststof die een tekort aan voedingsstoffen direct aanvult;
- een gewasbeschermingsmiddel tegen ziekten of plagen;
- een vervanging voor een goed voedings- en irrigatieprogramma;
- een universele oplossing die in ieder gewas en ieder systeem hetzelfde resultaat geeft.
Het product voegt geselecteerde levende micro-organismen toe. Wat die micro-organismen vervolgens kunnen doen, wordt mede bepaald door hun eigenschappen én door de omgeving waarin zij terechtkomen.
Niet alleen de soort, maar vooral de stam telt
Op etiketten en in vakartikelen worden vaak namen als Bacillus, Azospirillum, Rhizobium of mycorrhizaschimmels genoemd. Zo’n soort- of geslachtsnaam vertelt echter niet het volledige verhaal. BIOMICROBES 08 is onze microbiële oplossing op basis van zorgvuldig geselecteerde Bacillus-stammen.
Binnen dezelfde soort kunnen stammen onderling verschillen in eigenschappen, activiteit en geschiktheid voor een toepassing. Daarom mag kennis over één onderzochte stam niet zonder meer worden gebruikt als bewijs voor ieder product waarin een verwante bacterie voorkomt.
Voor een professioneel microbieel product zijn onder meer belangrijk:
- Identiteit: welke stammen bevat het product precies?
- Selectie: op basis van welke eigenschappen zijn deze stammen gekozen?
- Levensvatbaarheid: zijn bij toepassing voldoende levende micro-organismen aanwezig?
- Formulering: blijven de stammen stabiel tijdens productie, opslag en gebruik?
- Toepassing: bereiken zij via de gekozen methode daadwerkelijk de gewenste zone?
- Compatibiliteit: passen zij bij waterbehandeling, meststoffen en andere middelen in het programma?
Een lange lijst met verschillende soorten is daarom niet automatisch beter dan een kleiner, gericht samengesteld product. De kwaliteit van selectie, formulering en toepassing is minstens zo belangrijk als het aantal namen op het etiket.

Wat kunnen geselecteerde micro-organismen in de wortelzone betekenen?
Micro-organismen kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij processen rond de wortel. Sommige stammen produceren verbindingen die invloed hebben op de interactie met de plant. Andere kunnen betrokken zijn bij de beschikbaarheid of omzetting van bepaalde nutriënten. Weer andere stammen worden onderzocht vanwege hun rol onder abiotische stressomstandigheden (opent in nieuw tabblad).
Daaruit volgen echter geen automatische productresultaten. Een eigenschap die onder gecontroleerde onderzoeksomstandigheden is aangetoond, moet voor een commercieel product nog steeds passen bij:
- de gebruikte stam;
- de formulering en concentratie;
- het gewas en de groeifase;
- bodem, substraat of waterteeltsysteem;
- pH, temperatuur, vocht en zuurstof;
- voeding en waterkwaliteit;
- timing en toepassingswijze.
Onderzoek met zogenoemde bio-effectors (opent in nieuw tabblad) laat zien waarom deze context ertoe doet. Gemiddelde effecten kunnen positief zijn, terwijl resultaten tussen gewassen, locaties, bodems en omstandigheden uiteenlopen.
Dat maakt microbiële producten niet minder waardevol. Het betekent dat een gerichte productkeuze en technische toepassing noodzakelijk zijn.
Geen tegenstelling tussen microbiologie en goede teelttechniek
Een microbieel product werkt niet buiten de rest van het teeltsysteem om. Wortels en micro-organismen reageren op dezelfde omgeving. Een te natte, zuurstofarme of instabiele wortelzone blijft een ongunstige uitgangssituatie, ook wanneer micro-organismen worden toegevoegd.
Andersom maken goede teeltomstandigheden een microbiële toepassing niet overbodig. Ze creëren juist een betere uitgangspositie voor geselecteerde stammen. Denk aan:
- een gelijkmatige watergift;
- voldoende zuurstof in de wortelzone;
- een passende pH en EC;
- een voedingsprogramma dat aansluit op het gewas en de groeifase;
- zorgvuldig gebruik van ontsmettings- en oxidatiemiddelen;
- een toepassingsmoment waarop de micro-organismen de wortelomgeving kunnen bereiken.
De juiste benadering is daarom niet kiezen tussen teelttechniek óf microbiologie. De kracht zit in de combinatie.


