Gevel van een professioneel glastuinbouwbedrijf met sloot en grasberm ervoor

KAS EN SUBSTRAAT

Microbiële ondersteuning voor een gecontroleerde teeltomgeving

In de kas worden water, voeding en wortelomgeving nauwkeurig gestuurd. BIOMICROBES biedt microbiële oplossingen voor de wortelzone in steenwol, kokos en veen, voor opgeslagen irrigatiewater en voor het druppelsysteem.

TEELT ONDER CONTROLE

In substraatteelt telt iedere schakel

Bij teelt op steenwol, kokos, veen en andere substraten is het beschikbare wortelvolume beperkt. Water, voeding en zuurstof worden daarom frequent en nauwkeurig gestuurd.

De passende microbiële toepassing hangt niet alleen af van het gewas, maar ook van het substraat, de voedingsoplossing en de route die het irrigatiewater door het bedrijf aflegt.

Hand met twee jonge planten met doorwortelde kluit in een kas

VAN WATERBRON TOT WORTEL

Elke toepassing heeft een eigen plaats in het systeem

Van wateropslag tot wortelzone: iedere microbiële toepassing heeft een eigen plaats in de teeltroute.

WATERKWALITEIT EN IRRIGATIE

Het water dat de mat bereikt

De kwaliteit van het irrigatiewater en de staat van leidingen en druppelaars bepalen wat er daadwerkelijk bij de mat aankomt. WATER TREATMENT werkt in opgeslagen en recirculerend water, DRIP LINE in het leidingnet zelf.

Bekijk WATER TREATMENT →Bekijk DRIP LINE →

WORTELMILIEU IN HET SUBSTRAAT

Een klein en intensief gestuurd volume

In steenwol, kokos of veen zit de wortel in weinig volume, met korte buffers voor vocht, zuurstof en voeding. De watergift, het drainpercentage en de mattemperatuur bepalen hoe stabiel dat milieu blijft.

Meer over de wortelzone →

GERICHTE MICROBIËLE TOEPASSING

Micro-organismen op de plaats van bestemming

De biostimulanten van BIOMICROBES worden via de watergift of rechtstreeks bij de plant toegediend, zodat de micro-organismen in het teeltmedium terechtkomen. Het gewas, het substraat en het teeltdoel bepalen de keuze.

Bekijk microbiële biostimulanten →

VERSCHILLENDE SUBSTRATEN

Het substraat bepaalt mede hoe de wortelomgeving reageert

Niet ieder substraat houdt water, zuurstof en voedingsstoffen op dezelfde manier vast. Daarom verschilt ook de manier waarop een microbiële toepassing de wortelzone bereikt.

DE JUISTE ROUTE KIEZEN

Niet het product, maar het teeltsysteem is het vertrekpunt

Begin bij de plaats waar ondersteuning nodig is. Daarna wordt bepaald welk product en welke toepassing bij het systeem passen.

Druppelleiding met water bij de voet van een aardbeiplant

Gewas en teeltfase

Gewas, teeltfase en plantdichtheid bepalen welke processen rond de wortel op dat moment relevant zijn.

Type substraat en matvolume

Steenwol, kokos en veen verschillen in buffering en matvolume. Dat bepaalt hoe snel omstandigheden rond de wortel veranderen.

Open of recirculerende watergift

In een open systeem wordt drainwater afgevoerd. Bij recirculatie komt het water opnieuw bij de plant, waardoor de hele waterroute meetelt.

Plaats van doseren

De plaats van doseren bepaalt waar het product terechtkomt: in de wateropslag, in het leidingnet of bij de mat.

SAMENSTELLING EN TOEPASSING

Levende micro-organismen vragen om een doordachte toepassing

Levende micro-organismen moeten op de juiste plaats en het juiste moment aan het systeem worden toegevoegd. Sterk oxiderende middelen en bepaalde vormen van waterdesinfectie kunnen hun levensvatbaarheid beïnvloeden.

Stem daarom de microbiële toepassing, waterbehandeling en bestaande bedrijfsvoering op elkaar af.

Bespreek uw teeltsysteem →
Teler bedient een doseerunit met regelkast en voorraadvat bij het leidingwerk in een kas

PASSENDE OPLOSSINGEN

Producten voor kas en substraat

BIOMICROBES 02

Microbiële biostimulant voor gerichte toepassing rond de wortel in grond en substraten.

Bekijk BIOMICROBES 02 → Verpakking van BIOMICROBES 02

BIOMICROBES 08

Microbiële biostimulant met een eigen samenstelling voor ondersteuning van processen in de wortelomgeving.

Bekijk BIOMICROBES 08 → Verpakking van BIOMICROBES 08

ROOT-N

Brengt Azotobacter vinelandii rechtstreeks naar de wortelomgeving en voegt daarmee een eigen microbiële functie toe aan de rhizosfeer.

Bekijk ROOT-N → Verpakking van ROOT-N

WATER TREATMENT

Voor microbiële ondersteuning van opgeslagen en recirculerend irrigatiewater.

Bekijk WATER TREATMENT → Verpakking van WATER TREATMENT

DRIP LINE

Voor regelmatige microbiële ondersteuning in druppelleidingen en rond druppelaars.

Bekijk DRIP LINE → Verpakking van DRIP LINE
Bekijk alle producten →

PRAKTISCHE VRAGEN

Veelgestelde vragen over kas- en substraatteelt

Welke BIOMICROBES-oplossingen bij kas- en substraatteelt horen.

Welke BIOMICROBES-oplossingen passen bij kas- en substraatteelt?

Voor de wortelzone in steenwol, kokos en veen zijn er BIOMICROBES 02, BIOMICROBES 08 en ROOT-N; bekijk de wortelzoneproducten. Voor opgeslagen irrigatiewater is er WATER TREATMENT en voor druppelleidingen DRIP LINE.

Zijn de producten geschikt voor open en recirculerende teelt?

Ja. De wortelzoneproducten worden zowel in open als in recirculerende substraatteelt ingezet. Teelt u zonder vast substraat, met de wortels in de voedingsoplossing? Kijk dan bij Waterteelt.

Kunnen wortelbacteriën functioneren in steenwol zonder organische bodem?

Ook zonder bodem geven levende wortels verbindingen af, waaronder suikers en organische zuren, die micro-organismen kunnen benutten. Een wortelmilieu in steenwol is dus niet hetzelfde als een lege bak water. Vestiging blijft afhankelijk van het organisme, de wortels en de teeltomstandigheden. Organische bodem is geen algemene voorwaarde, maar een product moet wel passen bij het betreffende substraat en irrigatiesysteem.

Helpt een microbiële toepassing als de wortels te nat staan of zuurstof tekortkomen?

Pak eerst de oorzaak van het ongunstige wortelmilieu aan. Microbiële toevoeging vervangt geen passende irrigatie, afwatering of zuurstofvoorziening. In waterteelt verdienen circulatie, watertemperatuur en opgelost zuurstof aandacht; warmer water kan minder zuurstof bevatten. Beoordeel wortelproblemen samen met deze omstandigheden, zodat een toepassing geen oplossing moet leveren voor een technisch of teeltkundig probleem dat blijft bestaan.