Watermicrobiologie

Watermicrobiologie in irrigatiesystemen

Microbiële formuleringen voor professionele toepassing in wateropslag, recirculatie en druppelirrigatiesystemen.

Microbiologie in irrigatiewater

Waarom microbiologie telt in water en irrigatie

Irrigatiewater is nooit steriel. In watersilo's, bassins, leidingen en druppelaars zijn micro-organismen voortdurend actief. Ze reageren op temperatuur, organische belasting, verblijftijd en de samenstelling van het water.

Die microbiële omstandigheden bepalen mede hoe stabiel een systeem zich gedraagt: van de waterkwaliteit in de opslag tot de doorstroming in druppelleidingen. Wie het watertraject als biologische omgeving bekijkt, kan gerichter sturen op consistente omstandigheden.

Waterruimte bij een glastuinbouwbedrijf met opslagtank, pompen, filters en doseerapparatuur

Herkenbaar uit de praktijk

Wat telers tegenkomen in irrigatie- en opslagsystemen

Biofilm in druppelleidingen, ongelijkmatige doorstroming en wisselende omstandigheden in de wateropslag zijn bekende praktijksituaties. Ze ontstaan zelden door één oorzaak, maar microbiologie speelt vrijwel altijd mee.

Biofilm in druppelleidingen

Micro-organismen kunnen zich hechten aan de binnenzijde van leidingen en druppelaars, waar zich biofilm kan ontwikkelen.

Organische ophoping

Organische resten kunnen zich in de loop van de tijd ophopen in tanks, filters en irrigatieleidingen.

Verstopte druppelaars

Afzettingen en biofilm kunnen druppelaars belemmeren, met een minder gelijkmatige waterverdeling tot gevolg.

Wisselende omstandigheden

Microbiële populaties in opgeslagen water kunnen fluctueren bij veranderende temperatuur, waterkwaliteit en organische belasting.

Drie soorten verstopping

Niet iedere verstopping is microbiologisch

Een druppelaar die minder geeft, kan verschillende oorzaken hebben. Het onderscheid bepaalt welke maatregel zinvol is en maakt duidelijk waar een microbiële aanpak wel en niet aan kan bijdragen.

Microbiologisch Biologische afzetting Micro-organismen vormen een laag op leiding- en druppelaaroppervlakken. Dit is het deel van het vraagstuk waar een microbiële aanpak op aansluit.
Chemisch Minerale neerslag Kalk, ijzer en mangaan kunnen neerslaan in leidingen en emitters. Hierbij liggen waterchemie en zuurbehandeling voor de hand. In de praktijk komt dit vaak samen met biologische afzetting voor.
Fysiek Deeltjes en zwevend materiaal Zand, slib en organisch materiaal komen mechanisch in het systeem. Deze factoren maken deel uit van de beoordeling van het volledige watersysteem. Vaak spelen meerdere oorzaken tegelijk mee.

Verstopping in een irrigatiesysteem ontstaat vaak door een combinatie van biologische, chemische en fysieke factoren. Daarom kijken we naar het volledige watertraject en helpen we bepalen welke aanpak bij uw situatie past.

Het watertraject

Van wateropslag tot druppelaar

Microbiële omstandigheden veranderen onderweg. Water dat in een silo wordt bewaard, gedraagt zich anders dan water dat al dagen door een recirculerend leidingnet stroomt.

Daarom kijkt BIOMICROBES naar het volledige watertraject en naar de plek waar een microbiële oplossing daadwerkelijk aansluit.

Wateropslag Silo’s, tanks en bassins waarin water langere tijd wordt bewaard.
Distributie Hoofdleidingen, filters en kranen op weg naar het perceel of de kas.
Druppelleidingen en emitters Lange leidingnetten met nauwe doorlaten, waar doorstroming telt.
Recirculatie Water dat terugkeert in het systeem en de microbiële omstandigheden meeneemt.

Onze wateroplossingen

Twee microbiële formuleringen voor het watersysteem

DRIP LINE en WATER TREATMENT werken op hun eigen plek in het watertraject: de een in de distributie naar de druppelaar, de ander in het opgeslagen water dat het systeem voedt.

Jerrycan BIOMICROBES DRIP LINE Irrigatieonderhoud

DRIP LINE

Microbiële formulering voor professioneel onderhoud van druppelleidingen en emitters.
Belangrijkste eigenschappen Ontwikkeld voor irrigatiesystemen waarin microbiële activiteit, organische belasting en biofilmvorming de doorstroming kunnen beïnvloeden.Voor continue toepassing in professionele druppelirrigatieHelpt een consistente irrigatiedoorstroming te behoudenHelpt het risico op verstopping van druppelaars te verminderen
Bekijk Drip Line
Jerrycan BIOMICROBES WATER TREATMENT Wateropslag

WATER TREATMENT

Professionele microbiële formulering voor opgeslagen landbouwwater.
Belangrijkste eigenschappen Helpt biologisch evenwicht in opgeslagen landbouwwater te vestigen en onderhoudenOndersteunt stabiele watercondities tijdens opslagOndersteunt consistente omstandigheden van het irrigatiewaterBedoeld voor watersilo’s, opslagtanks, bassins en recirculerende systemen
Bekijk Water Treatment

Waarom BIOMICROBES

Microbiologie voor dagelijks systeembeheer

BIOMICROBES ontwikkelt microbiële formuleringen voor irrigatie en wateropslag in de professionele land- en tuinbouw. Van productontwikkeling en formulering tot batchcontrole en toepassingsadvies: kwaliteit en reproduceerbaarheid staan centraal.

Gericht op het watersysteem Voor irrigatie en opslag
Duidelijke specificaties Per product vastgelegd
Batchcontrole Identiteit en concentratie
Praktische ondersteuning Bij inpassing in het beheer

Praktische vragen

Vragen over watermicrobiologie en irrigatie

Waarom microbiologie in irrigatiewater ertoe doet en hoe wateropslag en druppelleidingen verschillen.

Waarom is microbiologie in irrigatiewater belangrijk?

Irrigatiewater is niet steriel. In opslag, leidingen en druppelaars zijn altijd micro-organismen actief, en die hebben invloed op de waterkwaliteit en op een betrouwbare werking van het irrigatiesysteem. Door de microbiologie actief te beheren, maakt u haar een vast onderdeel van uw waterbeheer.

Wat is het verschil tussen wateropslag en druppelleidingen?

Het zijn twee delen van de waterroute met eigen omstandigheden. In opslag staat het water langere tijd in tanks, silo’s of bassins; daarop richt WATER TREATMENT zich. In druppelleidingen stroomt het water naar de druppelaars; daarvoor is DRIP LINE ontwikkeld, voor het regelmatige onderhoud. Op Water & irrigatie ziet u beide oplossingen.

Moet ik de pH laag houden om de werking van microbiële producten te garanderen?

Er is geen algemene regel dat een lagere pH beter is. De zuurgraad beïnvloedt microbiële groei, terwijl soorten en stammen verschillende grenzen hebben. Ook gewas en voedingsoplossing stellen eisen. Maak onderscheid tussen de pH van het concentraat, de verdunde oplossing en de wortelzone. Gebruik een productspecifiek toepassingsbereik; een lage fles-pH of een algemene teeltwaarde bewijst niet dat de werking gegarandeerd is.

Waarom is alleen de pH van mijn gietwater meten niet genoeg?

De pH beschrijft de zuurgraad op het meetmoment. Alkaliniteit geeft aan hoeveel zuur het water kan neutraliseren, onder meer door bicarbonaten. Twee waterbronnen met dezelfde pH kunnen daardoor verschillend reageren op dezelfde zuurtoevoeging. Laat ook alkaliniteit en EC bepalen en beoordeel zo nodig de afzonderlijke zouten. Daarmee kunt u de waterbehandeling beter afstemmen op de voedingsoplossing en het substraat.

Moet ik de pH corrigeren voordat of nadat ik het microbiële product toevoeg?

Volg een mengvolgorde die voor de combinatie is vastgesteld. Het microbiële product rechtstreeks mengen met geconcentreerd zuur kan tijdelijk heel andere omstandigheden geven dan de uiteindelijke tank-pH. Een pH-meting achteraf zegt daardoor niet alles over de blootstelling tijdens het mengen. Laat vooraf een productspecifieke mengvolgorde bevestigen, waarin staat hoe het water wordt voorbereid en wanneer het product wordt toegevoegd.

Gaan de micro-organismen gewoon door elk irrigatiefilter heen?

Dat kunt u niet uit de bacterienaam afleiden. Filters verschillen in werking en de formulering kan deeltjes of aggregaten bevatten. Bovendien staat een gewoon deeltjesfilter niet gelijk aan een membraan dat micro-organismen tegenhoudt. Breng filtertype, filtratiefijnheid en injectieplaats in kaart en laat de productgeschiktheid controleren. Verwijder of omzeil noodzakelijke filtratie niet op basis van een algemene aanname.

Kan ik levende bacteriën gebruiken in een systeem met UV of ontsmettingsmiddelen?

Dat vraagt afstemming van de toepassingsroute. Ontsmetting kan ook de toegevoegde micro-organismen treffen. Breng in kaart waar de behandeling zit, of het water opnieuw door die stap loopt en of er na behandeling een werkzaam middel achterblijft. Bepaal daarmee de injectieplaats en het toepassingsmoment. Schakel een benodigde ontsmettingsstap niet zomaar uit; er is geen algemene wachttijd die voor alle systemen en producten geldt.

Is iedere biofilm ongewenst?

Micro-organismen kunnen zich in een beschermende laag aan een oppervlak hechten. Rond een wortel kan zo’n organisatie bijdragen aan vestiging van bepaalde bacteriën. In een irrigatieleiding kan ophoping juist ongewenst zijn. De betekenis hangt af van de plaats, samenstelling en gevolgen. Gebruik ‘biofilm’ daarom niet automatisch als synoniem voor vervuiling, en leid uit wortelkolonisatie geen reinigende werking in leidingen af.

Mengen en toedienen

Kan het microbiële product in dezelfde voorraadbak als mijn meststoffen?

Een geconcentreerde A- of B-bak vraagt een andere beoordeling dan verdund voedingswater. In die bak zijn zoutconcentratie en soms de zuurgraad veel hoger. Geschiktheid in de uiteindelijke tank bewijst daarom geen geschiktheid voor de voorraadbak. Laat de exacte meststoffen, verdunning, verblijftijd en microbiële formulering beoordelen voordat u samen in één voorraadbak doseert.

Is een mengproef in een potje voldoende om te weten of producten samengaan?

Een potproef kan zichtbare problemen zoals vlokken, neerslag of scheiding laten zien. Daarmee weet u nog niet of de bacteriën levensvatbaar blijven of beide producten hun functie behouden. Voor microbiële producten zijn fysieke mengbaarheid, biologische compatibiliteit en gewasveiligheid verschillende beoordelingen. Controleer dus wat een compatibiliteitsverklaring daadwerkelijk heeft getest.

Kan ik een verdunde oplossing alvast klaarmaken voor de volgende dag?

De houdbaarheid van een gesloten concentraat geldt niet automatisch voor een verdunde oplossing. Na verdunnen veranderen de omstandigheden en kunnen toegevoegde middelen de levensvatbaarheid beïnvloeden. Maak daarom alleen vooraf voorraad wanneer daarvoor productspecifieke stabiliteitsgegevens beschikbaar zijn. Laat daarbij bevestigen hoeveel tijd tussen mengen en toepassen is toegestaan en onder welke omstandigheden.