VOLLEGRONDSTEELT
In de volle grond groeit een gewas in een open en voortdurend veranderend bodemsysteem. Bodemstructuur, vocht, zuurstof, organische stof en bemesting beïnvloeden samen de omgeving rond de wortel.
Een passende microbiële toepassing begint daarom bij inzicht in de bodem, het gewas en de manier waarop water en voeding worden toegediend.
DE BODEM ALS WORTELMILIEU
In de vollegrondsteelt is de wortelzone niet volledig te sturen. Neerslag, temperatuur, bodemverdichting en verschillen binnen het perceel zorgen ervoor dat de omstandigheden voortdurend veranderen.
De bodem vormt tegelijkertijd een belangrijke buffer voor water, mineralen en organische stof. Microbiële toepassingen moeten daarom aansluiten op wat er al in de bodem aanwezig is en op de omstandigheden waarin het gewas groeit.
Een goede toepassing staat nooit los van de bodemstructuur, de teeltfase en de bestaande bedrijfsvoering.
VAN BODEM TOT WORTEL
Een microbiële toepassing bereikt de wortel alleen wanneer productkeuze, toepassingsroute en omstandigheden op elkaar zijn afgestemd.
BODEM EN UITGANGSSITUATIE
Grondsoort, structuur, organische stof, vochtverdeling en eerdere teelten bepalen de uitgangssituatie. Ook binnen één perceel kunnen duidelijke verschillen bestaan.
Een bodemanalyse en kennis van het perceel helpen om de toepassing gericht op te bouwen.
WATER EN TOEDIENINGSROUTE
Micro-organismen kunnen via een plantgatbehandeling, aangieting, druppelirrigatie of een andere gerichte watergift bij de wortelzone worden gebracht.
De gekozen route bepaalt hoe nauwkeurig en op welk moment de toepassing de plant bereikt.
GERICHTE MICROBIËLE TOEPASSING
De microbiële producten van BIOMICROBES worden afgestemd op het gewas, de teeltfase en het doel van de toepassing.
Niet iedere toepassing hoort op hetzelfde moment of via dezelfde route te worden toegediend.
VERSCHILLENDE BODEMS
De eigenschappen van de bodem beïnvloeden de verdeling van water, zuurstof en voedingsstoffen. Daarmee verandert ook de omgeving waarin toegepaste micro-organismen terechtkomen.
Zandgrond voert water doorgaans snel af en heeft vaak een beperkte buffer voor vocht en voedingsstoffen. Het toepassingsmoment en de vochttoestand rond de wortel verdienen daarom extra aandacht.
Gerichte en goed getimede toediening helpt om de microbiële toepassing dicht bij de actieve wortelzone te brengen.
Klei- en leemgronden kunnen water en mineralen sterker vasthouden. Bij verdichting of een te natte bodem kan de hoeveelheid beschikbare zuurstof rond de wortel echter snel afnemen.
De bodemstructuur en het moment waarop de grond wordt bewerkt of beregend zijn daarom belangrijke onderdelen van de toepassing.
Gronden met veel organische stof hebben een andere biologische en fysische uitgangssituatie. De bestaande microbiologie, vochtvasthoudendheid en afbraak van organisch materiaal spelen hier een belangrijke rol.
Een aanvullende microbiële toepassing moet aansluiten op dit bestaande bodemsysteem.
VAN TOEPASSING TOT WORTELZONE
De beste toepassingsroute hangt niet alleen af van het product, maar ook van het moment waarop de plant ondersteuning nodig heeft.
Breng de uitgangssituatie in beeld. Kijk naar bodemtype, structuur, vocht, organische stof, eerdere teelten en de geplande watergift.
Rond zaaien en planten kan een gerichte toepassing dicht bij de jonge wortelzone worden geplaatst. De toedieningsmethode moet passen bij het gewas en de beschikbare techniek.
Tijdens de vegetatieve ontwikkeling breidt het wortelstelsel zich uit. Watergift, bodemvocht en wortelactiviteit bepalen waar en wanneer een vervolgstap passend is.
Bij een langer teeltseizoen kan een herhaalde toepassing onderdeel zijn van de teeltstrategie. Frequentie en dosering worden afgestemd op gewas, teeltduur en toedieningsroute.
DE JUISTE ROUTE KIEZEN
Bodemtype, structuur, vochttoestand en organische stof bepalen de omstandigheden waarin de wortels en micro-organismen terechtkomen.
Een jonge plant vraagt om een andere benadering dan een ontwikkeld gewas met een uitgebreid wortelstelsel.
Denk aan een plantgatbehandeling, aangieting, druppelirrigatie of een andere gerichte toepassing via de watergift.
Sterk oxiderende middelen en bepaalde vormen van waterdesinfectie kunnen de levensvatbaarheid van toegepaste micro-organismen beïnvloeden. Stem waterbehandeling en microbiële toepassing daarom op elkaar af.
SAMENSTELLING EN TOEPASSING
Een microbieel product werkt alleen wanneer de micro-organismen levensvatbaar bij de juiste plaats terechtkomen. Productkeuze, waterkwaliteit, dosering, toepassingsmoment en omstandigheden in de bodem vormen daarom één geheel.
Bespreek uw teeltsysteem →Productkeuze, waterkwaliteit, dosering en toepassingsmoment moeten op elkaar worden afgestemd.
Houd rekening met meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en de gebruikte mengvolgorde.
Stem microbiële toepassing en waterbehandeling op elkaar af en voorkom ongeschikte gelijktijdige toediening.
PASSENDE OPLOSSINGEN
Microbiële biostimulant voor gerichte toepassing rond de wortel in grond en substraten.
BekijkBIOMICROBES 02
Microbiële biostimulant met een eigen samenstelling voor ondersteuning van processen in de wortelomgeving.
BekijkBIOMICROBES 08
Brengt Azotobacter vinelandii naar de wortelomgeving en voegt daarmee een eigen microbiële functie toe aan de rhizosfeer.
BekijkROOT-N
Voor microbiële ondersteuning van opgeslagen water en irrigatiewater binnen het teeltsysteem.
BekijkWATER TREATMENT
Voor regelmatige microbiële ondersteuning in druppelleidingen en rond druppelaars.
BekijkDRIP LINE
PRAKTISCHE VRAGEN