Akker met aangeaarde ruggen bij zonsondergang, met een bomenrij aan de horizon

VOLLEGRONDSTEELT

Microbiologie in de vollegrondsteelt

In de volle grond groeit een gewas in een open en voortdurend veranderend bodemsysteem. Bodemstructuur, vocht, zuurstof, organische stof en bemesting beïnvloeden samen de omgeving rond de wortel.

Een passende microbiële toepassing begint daarom bij inzicht in de bodem, het gewas en de manier waarop water en voeding worden toegediend.

Bespreek uw teeltsysteem →

DE BODEM ALS WORTELMILIEU

Een levende bodem vraagt om een gerichte aanpak

In de vollegrondsteelt is de wortelzone niet volledig te sturen. Neerslag, temperatuur, bodemverdichting en verschillen binnen het perceel zorgen ervoor dat de omstandigheden voortdurend veranderen.

De bodem vormt tegelijkertijd een belangrijke buffer voor water, mineralen en organische stof. Microbiële toepassingen moeten daarom aansluiten op wat er al in de bodem aanwezig is en op de omstandigheden waarin het gewas groeit.

Een goede toepassing staat nooit los van de bodemstructuur, de teeltfase en de bestaande bedrijfsvoering.

Regenwormen in kruimelige, donkere bodem

VAN BODEM TOT WORTEL

Drie onderdelen bepalen de toepassing

Een microbiële toepassing bereikt de wortel alleen wanneer productkeuze, toepassingsroute en omstandigheden op elkaar zijn afgestemd.

BODEM EN UITGANGSSITUATIE

De bodem waarin het gewas moet groeien

Grondsoort, structuur, organische stof, vochtverdeling en eerdere teelten bepalen de uitgangssituatie. Ook binnen één perceel kunnen duidelijke verschillen bestaan.

Een bodemanalyse en kennis van het perceel helpen om de toepassing gericht op te bouwen.

WATER EN TOEDIENINGSROUTE

De route naar de wortel

Micro-organismen kunnen via een plantgatbehandeling, aangieting, druppelirrigatie of een andere gerichte watergift bij de wortelzone worden gebracht.

De gekozen route bepaalt hoe nauwkeurig en op welk moment de toepassing de plant bereikt.

GERICHTE MICROBIËLE TOEPASSING

Micro-organismen op de plaats van bestemming

De microbiële producten van BIOMICROBES worden afgestemd op het gewas, de teeltfase en het doel van de toepassing.

Niet iedere toepassing hoort op hetzelfde moment of via dezelfde route te worden toegediend.

VERSCHILLENDE BODEMS

Dezelfde toepassing werkt niet in iedere bodem hetzelfde

De eigenschappen van de bodem beïnvloeden de verdeling van water, zuurstof en voedingsstoffen. Daarmee verandert ook de omgeving waarin toegepaste micro-organismen terechtkomen.

Dwarsdoorsnede van zandgrond met natuurlijke bodemstructuur en gewaswortels

Weinig buffering en snelle veranderingen

Zandgrond voert water doorgaans snel af en heeft vaak een beperkte buffer voor vocht en voedingsstoffen. Het toepassingsmoment en de vochttoestand rond de wortel verdienen daarom extra aandacht.

Gerichte en goed getimede toediening helpt om de microbiële toepassing dicht bij de actieve wortelzone te brengen.

Dwarsdoorsnede van klei- en leemgrond met natuurlijke aggregaten en wortels

Meer buffering, maar niet altijd meer beschikbaarheid

Klei- en leemgronden kunnen water en mineralen sterker vasthouden. Bij verdichting of een te natte bodem kan de hoeveelheid beschikbare zuurstof rond de wortel echter snel afnemen.

De bodemstructuur en het moment waarop de grond wordt bewerkt of beregend zijn daarom belangrijke onderdelen van de toepassing.

Dwarsdoorsnede van donkere, organisch rijke grond met plantenresten en wortels

Een actief systeem met een eigen dynamiek

Gronden met veel organische stof hebben een andere biologische en fysische uitgangssituatie. De bestaande microbiologie, vochtvasthoudendheid en afbraak van organisch materiaal spelen hier een belangrijke rol.

Een aanvullende microbiële toepassing moet aansluiten op dit bestaande bodemsysteem.

{{ soilCount }}

VAN TOEPASSING TOT WORTELZONE

Vier momenten in de teelt

De beste toepassingsroute hangt niet alleen af van het product, maar ook van het moment waarop de plant ondersteuning nodig heeft.

Voorbereiding van bodem en perceel

Breng de uitgangssituatie in beeld. Kijk naar bodemtype, structuur, vocht, organische stof, eerdere teelten en de geplande watergift.

Zaaien, planten of uitplanten

Rond zaaien en planten kan een gerichte toepassing dicht bij de jonge wortelzone worden geplaatst. De toedieningsmethode moet passen bij het gewas en de beschikbare techniek.

Vorming van het wortelstelsel

Tijdens de vegetatieve ontwikkeling breidt het wortelstelsel zich uit. Watergift, bodemvocht en wortelactiviteit bepalen waar en wanneer een vervolgstap passend is.

Onderhoud gedurende de teelt

Bij een langer teeltseizoen kan een herhaalde toepassing onderdeel zijn van de teeltstrategie. Frequentie en dosering worden afgestemd op gewas, teeltduur en toedieningsroute.

{{ stepCount }}

DE JUISTE ROUTE KIEZEN

Een toepassing begint met vier praktische vragen

Bodemtype, structuur, vochttoestand en organische stof bepalen de omstandigheden waarin de wortels en micro-organismen terechtkomen.

Een jonge plant vraagt om een andere benadering dan een ontwikkeld gewas met een uitgebreid wortelstelsel.

Denk aan een plantgatbehandeling, aangieting, druppelirrigatie of een andere gerichte toepassing via de watergift.

Sterk oxiderende middelen en bepaalde vormen van waterdesinfectie kunnen de levensvatbaarheid van toegepaste micro-organismen beïnvloeden. Stem waterbehandeling en microbiële toepassing daarom op elkaar af.

SAMENSTELLING EN TOEPASSING

Levende micro-organismen vragen om een doordachte toepassing

Een microbieel product werkt alleen wanneer de micro-organismen levensvatbaar bij de juiste plaats terechtkomen. Productkeuze, waterkwaliteit, dosering, toepassingsmoment en omstandigheden in de bodem vormen daarom één geheel.

Bespreek uw teeltsysteem →

Waterkwaliteit en dosering

Productkeuze, waterkwaliteit, dosering en toepassingsmoment moeten op elkaar worden afgestemd.

Combineren van toepassingen

Houd rekening met meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en de gebruikte mengvolgorde.

Waterbehandeling

Stem microbiële toepassing en waterbehandeling op elkaar af en voorkom ongeschikte gelijktijdige toediening.

PASSENDE OPLOSSINGEN

Producten voor de vollegrondsteelt

BIOMICROBES 02

Microbiële biostimulant voor gerichte toepassing rond de wortel in grond en substraten.

BekijkBIOMICROBES 02 Verpakking van BIOMICROBES 02

BIOMICROBES 08

Microbiële biostimulant met een eigen samenstelling voor ondersteuning van processen in de wortelomgeving.

BekijkBIOMICROBES 08 Verpakking van BIOMICROBES 08

ROOT-N

Brengt Azotobacter vinelandii naar de wortelomgeving en voegt daarmee een eigen microbiële functie toe aan de rhizosfeer.

BekijkROOT-N Verpakking van ROOT-N

WATER TREATMENT

Voor microbiële ondersteuning van opgeslagen water en irrigatiewater binnen het teeltsysteem.

BekijkWATER TREATMENT Verpakking van WATER TREATMENT

DRIP LINE

Voor regelmatige microbiële ondersteuning in druppelleidingen en rond druppelaars.

BekijkDRIP LINE Verpakking van DRIP LINE
Bekijk alle producten

PRAKTISCHE VRAGEN

Veelgestelde vragen over microbiologie in de vollegrondsteelt

Welke BIOMICROBES-oplossingen passen bij vollegrondsteelt?

Voor de wortelzone in de bodem zijn er BIOMICROBES 02, BIOMICROBES 08 en ROOT-N; bekijk de wortelzoneproducten. Werkt u met druppelirrigatie, dan ondersteunt DRIP LINE het onderhoud van de leidingen. Voor water uit een bassin of opslagtank is er WATER TREATMENT.

Maakt de grondsoort verschil?

Ja. Zand, klei, leem en organisch rijke gronden verschillen in structuur, vochtbuffering en biologische activiteit. Wij bespreken de inzet van microbiologie graag met u aan de hand van uw bodem en teelt. Neem contact op.