ARTIKEL · MICROBIOLOGIE UITGELEGD

Microbiële aantallen in de bodem: wat zegt CFU/g over uw teelt?

8 min leestijd

Onderzoeker met handschoenen bekijkt een bodemmonster onder de microscoop, met een petrischaal met grond ernaast

Een bodemanalyse vermeldt 10⁸ CFU/g. Bij een volgend monster staat 10¹⁰ CFU/g. Dat is een honderdvoudig verschil. Maar betekent het ook dat de tweede bodem honderd keer beter functioneert?

Niet zonder meer. Een CFU-meting kan waardevolle informatie geven over micro-organismen die onder bepaalde laboratoriumomstandigheden groeien. Ze vertelt niet op zichzelf welke micro-organismen rond de wortel actief zijn, wat ze daar doen of hoe het gewas erop reageert.

Voor professionele telers ligt de waarde daarom in de combinatie: een goed uitgevoerde meting, kennis van het teeltsysteem en waarnemingen aan wortel en gewas.

Wat meet een CFU-test?

CFU betekent colony-forming units: kolonievormende eenheden. In het laboratorium wordt een verdund monster op een voedingsbodem gebracht. Micro-organismen die onder de gekozen omstandigheden kunnen groeien, vormen zichtbare kolonies. Die worden geteld en omgerekend naar bijvoorbeeld CFU per gram bodem.

Dat is een bruikbare methode voor een specifieke vraag. Tegelijk is het geen telling van al het microbiële leven in een monster. Sommige micro-organismen groeien niet op de gebruikte voedingsbodem of niet bij de gekozen temperatuur en incubatietijd. Een kolonie kan bovendien uit meer dan één samengeklonterde cel ontstaan. En een bacteriële kweekuitslag beschrijft niet automatisch ook schimmels en andere groepen micro-organismen.

In onderzoek waarin verschillende telmethoden voor bodembacteriën zijn vergeleken (opent in nieuw tabblad), liepen de uitkomsten uiteen naargelang de methode en de behandeling van het monster. De praktische les: lees een CFU-uitslag altijd samen met de onderzoeksmethode.

Van 10⁸ naar 10¹⁰ CFU/g: wat betekent dat verschil?

Rekenkundig is 10¹⁰ honderd keer zo veel als 10⁸. Voor een teler begint de interpretatie pas daarna.

Waren de monsters afkomstig van hetzelfde perceel en dezelfde diepte? Zijn ze in hetzelfde gewasstadium genomen? Ging het om bodem uit de wortelzone of om grond verder van de wortels? Is dezelfde laboratoriummethode gebruikt? En zijn beide resultaten op dezelfde manier uitgedrukt?

Als die voorwaarden verschillen, kan een vergelijking een verkeerd beeld geven. Zelfs bij goed vergelijkbare monsters zegt een hoger getal nog niet welke organismen zijn toegenomen of welke bijdrage zij aan de teelt leveren. Er bestaat geen algemene CFU/g-grens waarbij een bodem plotseling “gezond” wordt.

Een reeks metingen binnen hetzelfde systeem kan wél interessant zijn. Daarmee kunt u volgen of een waarde verandert na een aanpassing in het teeltmanagement. Beoordeel zo’n trend naast de bodemconditie, de wortelontwikkeling en de gewasgegevens. Ook richtlijnen voor bodemgezondheid van de USDA (opent in nieuw tabblad) benadrukken dat afzonderlijke meetwaarden context en vergelijkingen over tijd nodig hebben.

De wortelzone is belangrijker dan één totaalgetal

Micro-organismen spelen een rol bij processen rond organisch materiaal, nutriënten en wortels. Maar hun aanwezigheid alleen vertelt niet hoe die processen in uw teelt verlopen.

Direct rond de wortel, in de rhizosfeer, verandert de omgeving voortdurend. Wortels scheiden stoffen uit; watergift, zuurstof, temperatuur, pH en voeding beïnvloeden welke micro-organismen daar kunnen functioneren. Ook de bestaande microbiële gemeenschap speelt mee.

Daardoor kunnen twee monsters met een vergelijkbaar totaal aantal kweekbare micro-organismen toch sterk van elkaar verschillen. Voor een teeltbeslissing zijn vragen als deze vaak nuttiger dan “hoe krijg ik het hoogste CFU-getal?”:

  • Hoe ontwikkelen de wortels zich in het teeltmedium?
  • Zijn vocht, zuurstof, pH en voeding in de wortelzone op orde?
  • Welke microbiële functie wilt u gericht ondersteunen?
  • Past een geselecteerd micro-organisme bij dit gewas en dit systeem?
  • Hoe gaat u beoordelen of de toepassing binnen het teeltprogramma waarde toevoegt?

Wilt u meer weten over die gerichte aanpak, lees dan hoe microbiële biostimulanten in professionele teelten worden ingezet.

Bodem, substraat en water vragen om een andere interpretatie

CFU/g is vooral een aanduiding voor een monster dat per gram wordt onderzocht. In een vloeistof wordt doorgaans een volume-eenheid gebruikt, zoals CFU/mL. Die uitslagen zijn niet rechtstreeks tegen elkaar af te zetten.

Ook inhoudelijk verschillen de systemen. In vollegrond spelen onder meer bodemstructuur, organische stof en verschillen binnen een perceel mee. In substraatteelt hebben het gebruikte materiaal, het substraatvolume en de watergift grote invloed op de wortelomgeving. In waterteelt komen daar circulatie, watertemperatuur en de behandeling van het water bij.

Een microbiële meting moet dus passen bij de vraag die u stelt. Wilt u een ontwikkeling in de bodem volgen, de wortelzone beoordelen of inzicht krijgen in de waterlijn? Dat zijn verschillende onderzoeksvragen. Voor de laatste is onze uitleg over watermicrobiologie relevanter dan een algemene CFU/g-waarde voor bodem.

CFU/g in de bodem is niet hetzelfde als CFU/mL op een etiket

Op het aangeleverde etiket van BIOMICROBES 08 staat een totale minimumconcentratie van ≥ 1 × 10¹⁰ CFU/mL. Die waarde beschrijft de concentratie levensvatbare micro-organismen in het product onder de vermelde bewaarvoorwaarden.

Een uitslag in CFU/g beschrijft iets anders: de kweekbare micro-organismen die met een bepaalde methode in een onderzocht bodemmonster zijn gevonden. Na toepassing wordt een product bovendien verdeeld over water, bodem of substraat. De micro-organismen komen vervolgens in een bestaande wortelomgeving terecht.

Een etiketwaarde van 10¹⁰ CFU/mL betekent dus niet dat u na toepassing 10¹⁰ CFU/g bodem zult meten. De productwaarde is relevant voor de kwaliteit en concentratie van de formulering. De teeltkundige vraag is of de geselecteerde organismen op de juiste plek worden toegediend en daar onder passende omstandigheden kunnen functioneren.

Hoe maakt u een meting bruikbaar voor uw bedrijf?

Begin met het doel van het onderzoek. Wilt u een uitgangssituatie vastleggen, een verandering volgen of twee teeltvakken vergelijken? Spreek daarna met het laboratorium af welke test bij die vraag past.

Voor een zinvolle vergelijking helpt het om consequent te werken:

  1. Bemonster dezelfde zone. Leg vast of u grond bij actieve wortels, een bepaalde bodemlaag of een specifiek deel van het substraat onderzoekt.
  2. Houd het meetmoment vergelijkbaar. Gewasstadium, recente watergift en werkzaamheden beïnvloeden de uitgangssituatie.
  3. Gebruik dezelfde analysemethode. Verschillende kweekmedia of monsterbehandelingen kunnen verschillende aantallen opleveren.
  4. Noteer wat er in de teelt veranderde. Denk aan bemesting, irrigatie, temperatuur, substraat of microbiële toepassingen.
  5. Bekijk ook het gewas. Wortelontwikkeling, uniformiteit en relevante teeltgegevens geven de laboratoriumuitslag betekenis.

Een enkele uitslag kan aanleiding zijn om verder te kijken. Een zorgvuldig opgebouwde reeks helpt beter om beslissingen te nemen.

Van meten naar doelgericht toepassen

Wanneer de wortelzone beter moet functioneren, begint de aanpak niet met het najagen van een willekeurig CFU-getal. Eerst moet duidelijk zijn wat er in het systeem gebeurt. Een zuurstofarme of structureel te natte wortelzone vraagt bijvoorbeeld om aandacht voor de teeltomstandigheden. Een microbieel product hoort vervolgens te passen bij het gewas, de toepassing en het bestaande programma.

Daar ligt de waarde van een geselecteerde formulering. U kiest dan bewust welke micro-organismen u introduceert, in plaats van alleen te hopen dat een hoger algemeen kiemgetal ook de gewenste microbiologie vertegenwoordigt. De toepassing en dosering volgen altijd het actuele etiket en moeten worden afgestemd op onder meer irrigatie en eventuele waterbehandeling.

GERICHT TOEPASSEN

Verder kijken dan de concentratie

BIOMICROBES 08 is ontwikkeld als microbiële biostimulant voor gerichte toepassing in bodem en substraat. Bij de productkeuze kijken we verder dan de concentratie op het etiket: ook het gewas, het teeltmedium, de wortelomgeving en het toepassingsmoment tellen mee.

Wilt u weten hoe een gerichte microbiële toepassing in uw teeltprogramma past? Bespreek uw teeltsysteem met BIOMICROBES.

Veelgestelde vragen

Wat is een goed aantal CFU/g in de bodem?

Daar bestaat geen algemeen streefgetal voor. De uitkomst hangt af van de onderzoeksmethode, het bodemtype, de plaats en het moment van bemonsteren. Vergelijk bij voorkeur met eerdere, op dezelfde manier onderzochte monsters en beoordeel de uitslag samen met andere teeltgegevens.

Bewijst een stijging in CFU/g dat een microbieel product werkt?

Niet op zichzelf. Een stijging laat zien dat de gebruikte test meer kolonievormende eenheden heeft gevonden. Zij vertelt zonder aanvullend onderzoek niet welke organismen zijn toegenomen of wat het effect op wortel en gewas is.

Waarom is de CFU-waarde op een productetiket dan belangrijk?

Die waarde geeft informatie over de concentratie levensvatbare micro-organismen in de formulering. Voor een professioneel product is dat relevant. De uiteindelijke toepassing hangt daarnaast af van de geselecteerde stammen, het bewaren, de dosering en de omstandigheden waarin ze na toediening terechtkomen.

Bronnen en verdieping

  1. Lee, J. et al. (2021). Revisiting soil bacterial counting methods. PLOS ONE.
    journals.plos.org: 10.1371/journal.pone.0246142 (opent in nieuw tabblad)
  2. USDA NRCS (2025). Soil Health Testing to Support Conservation Planning.
    directives.nrcs.usda.gov: TN 470-16 (pdf) (opent in nieuw tabblad)
  3. BIOMICROBES 08: actueel productetiket (totale minimumconcentratie).