ARTIKEL · WATERMICROBIOLOGIE

Gezond irrigatiewater: waarom EC en pH niet het hele verhaal vertellen

6 min leestijd

Hand meet de EC van irrigatiewater met een meter in een kas met meloenen

De EC klopt. De pH staat netjes binnen de gewenste bandbreedte. Toch loopt het filter sneller vol dan normaal, geven sommige druppelaars minder water of reageert het gewas niet overal hetzelfde. Herkenbaar?

Dan is de verleiding groot om één oorzaak aan te wijzen. Alleen vertelt irrigatiewater nooit maar één verhaal. De oorzaak kan chemisch zijn, zoals neerslag van mineralen. Er kunnen deeltjes in het water zitten. Ook de techniek, de temperatuur, organisch materiaal en micro-organismen kunnen een rol spelen. Vaak gaat het juist om een combinatie.

Wie alleen naar EC en pH kijkt, ziet daarom maar een deel van het systeem.

Helder water is niet automatisch stabiel water

Water kan er schoon uitzien en toch veel bevatten wat met het blote oog niet zichtbaar is. Denk aan opgeloste zouten, zeer kleine deeltjes, organische stoffen en micro-organismen. Bovendien verandert water onderweg.

Het water bij de bron is niet per definitie hetzelfde water dat uiteindelijk bij de wortels aankomt. Opslag in een bassin of silo, het toevoegen van meststoffen, temperatuurverschillen, recirculatie en verblijftijd beïnvloeden het systeem.

Onderzoek in commerciële tomatenkassen (opent in nieuw tabblad) laat bovendien zien dat microbiële gemeenschappen sterk kunnen verschillen per waterbron, opslagwijze en bedrijf.

Daarom zegt één monster van één meetpunt maar weinig over de volledige waterlijn.

Wat is biofilm precies?

Micro-organismen leven niet alleen vrij in water. Een deel hecht zich aan natte oppervlakken, zoals de binnenzijde van leidingen, filters en druppelaars. Daar kunnen zij samen met organisch materiaal een dunne laag vormen: een biofilm.

Biofilmvorming is een normaal biologisch proces. De aanwezigheid van biofilm betekent dus niet automatisch dat een systeem vervuild of ziek is.

Problemen kunnen ontstaan wanneer de laag sterk aangroeit of wanneer micro-organismen, organisch materiaal, minerale neerslag en zwevende deeltjes zich samen ophopen. In kleine doorgangen kan dat de waterafgifte beïnvloeden.

Onderzoek naar druppelirrigatie met hergebruikt water (opent in nieuw tabblad) laat zien dat biofilm en daarin vastgelegde deeltjes kunnen samenhangen met een lagere en minder gelijkmatige afgifte van druppelaars. Dat onderzoek gaat over een specifieke watersoort en is niet één op één op ieder teeltsysteem toepasbaar. Het laat vooral zien waarom een goede diagnose belangrijk is.

Druppelaar in een substraatmat met lichte witte afzetting rond de steker, tussen meloenplanten in de kas

Niet iedere verstopping heeft een biologische oorzaak

Een druppelaar die minder geeft, bewijst niet dat micro-organismen de oorzaak zijn. Een verstopping kan ook ontstaan door zand, klei, roestdeeltjes, wortelingroei of chemische neerslag.

Zelfs een combinatie is mogelijk: een bestaande biofilm kan deeltjes vasthouden, terwijl minerale neerslag de doorgang verder vernauwt.

Let daarom niet alleen op het gevolg, maar ook op het patroon:

  • Treedt het probleem vooral op aan het einde van leidingen?
  • Zijn bepaalde vakken, waterbeurten of seizoenen gevoeliger?
  • Loopt het drukverschil over het filter sneller op?
  • Keren problemen kort na onderhoud terug?
  • Is er zichtbaar bezinksel, aanslag of een slijmerige laag?
  • Verschilt de afgifte tussen het begin en einde van een streng?

Deze signalen vertellen nog niet wat de oplossing is. Ze helpen wel om gerichter te zoeken.

Bekijk de volledige route van bron tot wortel

Een bruikbare wateranalyse begint niet met één uitslag, maar met een kaart van het systeem. Volg het water vanaf de bron via opslag, bemesting en ontsmetting naar de hoofdleiding, druppelleiding, druppelaar en eventueel de retourstroom.

Kies vervolgens meetpunten vóór en na onderdelen die het water kunnen veranderen. Denk aan het bassin, de mengbak, het filter, de ontsmettingsinstallatie en het einde van een leiding.

Vergelijk de uitkomsten bij voorkeur over meerdere momenten. Een systeem gedraagt zich op een warme middag anders dan direct na het vullen van een bassin of na een lange stilstand.

Afhankelijk van de situatie kunnen onder meer de volgende gegevens relevant zijn:

  • pH, EC en alkaliniteit;
  • de minerale samenstelling van het water;
  • temperatuur en opgelost zuurstof;
  • troebelheid, zwevende deeltjes en organische belasting;
  • druk, debiet en afgifteverschillen;
  • microbiologische metingen die passen bij de concrete vraag.

Niet iedere parameter hoeft altijd te worden gemeten. De kunst is om eerst de juiste vraag te stellen. Gaat het om veiligheid, gewasgezondheid, vervuiling, ongelijke afgifte of terugkerend onderhoud? Die vraag bepaalt welke meting zinvol is.

Gehandschoende hand met twee afgesloten buisjes watermonster, met groen gewas op de achtergrond

Watermicrobiologie is geen simpele verdeling tussen ‘goed’ en ‘slecht’

In water leven veel verschillende micro-organismen. Hun betekenis hangt af van de soort, de hoeveelheid en de omstandigheden waarin zij terechtkomen. Temperatuur, voeding, zuurstof, stroming en het gebruikte onderhouds- of ontsmettingsregime hebben allemaal invloed.

Daarom is “meer goede bacteriën toevoegen” geen volledige waterstrategie. Evenmin is volledig kiemvrij water in ieder teeltsysteem een realistisch of noodzakelijk doel.

Het gaat om beheersing: een systeem dat past bij de waterbron, de teelt, de techniek en de bedrijfsvoering.

Een biologische toepassing kan onderdeel zijn van zo’n onderhoudsstrategie, maar vervangt geen passende filtratie, hygiëne, technische controle of goede monitoring. Ook moet vooraf worden bekeken hoe een toepassing samengaat met bijvoorbeeld ontsmettingsmiddelen, meststoffen, temperatuur en verblijftijd.

Van een snelle ingreep naar structureel watermanagement

Wanneer een probleem zichtbaar wordt, is een snelle reiniging soms noodzakelijk. Maar als dezelfde vervuiling telkens terugkomt, is alleen schoonmaken vaak onvoldoende. Dan is de belangrijkere vraag: welke omstandigheden maken de terugkeer mogelijk?

Structureel watermanagement bestaat daarom uit een samenhangende aanpak:

  1. Breng het systeem in kaart. Weet waar het water vandaan komt, hoe lang het wordt opgeslagen en welke behandelingen het onderweg krijgt.
  2. Bepaal de werkelijke oorzaak. Maak onderscheid tussen fysieke deeltjes, chemische neerslag, biologische aangroei en technische afwijkingen.
  3. Kies passende maatregelen. Combineer waar nodig filtratie, spoelbeleid, reiniging, ontsmetting, technische aanpassingen en biologische ondersteuning.
  4. Controleer het effect. Kijk niet alleen of een leiding na behandeling schoon is, maar ook of druk, afgifte en waterkwaliteit stabieler blijven.

Die werkwijze voorkomt dat iedere storing automatisch dezelfde behandeling krijgt.

VAN ANALYSE NAAR EEN PASSENDE AANPAK

De rol van BIOMICROBES

BIOMICROBES bekijkt watermicrobiologie als onderdeel van het volledige teeltsysteem. Daarbij kijken we onder meer naar de waterbron, opslag, recirculatie, techniek, bemesting en het bestaande onderhoudsregime.

Pas wanneer die context duidelijk is, kan worden beoordeeld of en waar microbiologische ondersteuning zinvol is.

Dat is minder eenvoudig dan één product aan een probleem koppelen. Het levert wel een advies op dat beter aansluit op de praktijk.

Ervaart u terugkerende vervuiling, verschillen in druppelafgifte of vragen over de biologische stabiliteit van uw irrigatiewater? Bespreek uw teeltsysteem met ons.

Bronnen en verdieping

  1. Picot, A. et al. (2020). Water Microbiota in Greenhouses With Soilless Cultures of Tomato by Metabarcoding and Culture-Dependent Approaches. Frontiers in Microbiology.
    https://doi.org/10.3389/fmicb.2020.01354 (opent in nieuw tabblad)
  2. Zhou, B. et al. (2013). Quantitative relationship between biofilms components and emitter clogging under reclaimed water drip irrigation. Irrigation Science.
    https://doi.org/10.1007/s00271-013-0402-4 (opent in nieuw tabblad)
  3. Yan, D. et al. (2009). Biofilm structure and its influence on clogging in drip irrigation emitters distributing reclaimed wastewater. Journal of Environmental Sciences.
    https://doi.org/10.1016/S1001-0742(08)62349-9 (opent in nieuw tabblad)
  4. FAO & IWMI (2023). Water quality in agriculture: Risks and risk mitigation.
    https://doi.org/10.4060/cc7340en (opent in nieuw tabblad)